Wanneer is een operatie de beste oplossing bij schouderklachten?
Schouderklachten kunnen je dagelijkse leven flink beïnvloeden. Aankleden, iets optillen of zelfs slapen kan lastig en pijnlijk worden. Vaak helpen rust, fysiotherapie of pijnstillers om klachten te verminderen. Maar wat als de pijn blijft of steeds erger wordt? Dan kan een operatie de oplossing zijn.
Veelvoorkomende oorzaken van schouderklachten
De schouder is een kogelgewricht dat veel bewegingsvrijheid geeft. Dat maakt het ook kwetsbaar. Klachten ontstaan vaak door:
- Slijtage van het kraakbeen (artrose)
- Een scheur in de rotator cuff (spiercuff)
- Ontstekingen of verkalkingen in het gewricht
Meestal starten behandelingen met fysiotherapie en medicatie. Helpt dat onvoldoende? Dan kan een operatie noodzakelijk zijn.
Wanneer is een operatie verstandig?
Een operatie is nooit de eerste stap. Toch zijn er situaties waarin het wel de beste keuze is. Je kunt denken aan:
- Aanhoudende pijn, ook ’s nachts;
- Blijvende bewegingsbeperkingen waardoor werk of sport onmogelijk wordt;
- Krachtverlies dat niet verbetert met therapie;
- Duidelijke schade, zoals een forse spierscheur of ernstige slijtage.
Herken jij je in één of meer van deze situaties? Dan kan het goed zijn dat een orthopedisch chirurg je een operatie adviseert. Hiervoor heb je wel eerst een verwijzing van je huisarts nodig.
De rol van een schouderprothese
Bij vergevorderde slijtage of een grote spierscheur kan een schouderprothese de juiste oplossing zijn. Er bestaan twee hoofdtypen:
- Totale schouderprothese: bij een totale schouderprothese worden de versleten kop en kom vervangen door een metalen bol en een kunststof kom. Dit geeft meer bewegingsvrijheid en vermindert de pijn.
- Omgekeerde schouderprothese: als de rotator cuff niet meer te herstellen is, wordt de schouder op een andere manier opgebouwd. De grote schouderspier neemt een deel van de functie over.
Welke prothese het beste bij jou past, bespreek je altijd samen met de orthopedisch chirurg.
Hoe verloopt de operatie en het herstel?
De ingreep duurt gemiddeld anderhalf uur en vraagt meestal een opname van twee tot drie dagen. Na de operatie draag je een immobilizer om de schouder rust te geven.
Daarna begint het echte werk: revalideren. Je schouder is in de eerste weken beperkt bruikbaar. Daarom is het slim om vooraf hulp te regelen bij bijvoorbeeld boodschappen, koken en huishouden. Met fysiotherapie werk je stap voor stap aan kracht en beweeglijkheid.
De gemiddelde revalidatieperiode duurt drie tot zes maanden. Na die tijd kun je de meeste dagelijkse activiteiten weer oppakken. Sport en zwaar werk blijven wel beperkter, omdat een kunstgewricht minder belastbaar is dan een natuurlijke schouder.
Zijn er risico’s?
Elke operatie brengt risico’s met zich mee. Denk aan een nabloeding, een infectie of een luxatie (het losschieten van de prothese uit de kom). Ook kan littekenweefsel leiden tot een stijve schouder. Daarom is het volgen van het oefenschema van je fysiotherapeut zo belangrijk.
De levensduur van een schouderprothese ligt gemiddeld tussen de tien en vijftien jaar. Door zorgvuldig om te gaan met je schouder verleng je de kans op een blijvend goed resultaat.
De juiste keuze maken
Twijfel jij of een operatie de beste oplossing is voor jouw schouderklachten? Laat je van tevoren dan goed informeren. Met je huisarts en eventueel later een orthopedisch chirurg bespreek je de mogelijkheden en maak je een plan dat bij jouw situatie past.